Molenaar aan het woord

Jan Verhaar


“Mijn vader heeft mij de eerste kneepjes van het vak bijgebracht”

“Ik kom uit een echt molenaarsgeslacht, of liever: een molenmakerssgeslacht. Mijn opa heeft in Oud Ade nog een molenmakersbedrijf gehad, mijn vader was molenmaker en mijn moeder was de dochter van een molenmaker. Het is eigen­lijk een wonder dat ik niet zelf molen­maker ben geworden.”
“De Kager ken ik nog uit mijn kindertijd. Ik ben geboren en getogen op Kaageiland en was twaalf toen mijn vader deze molen onder zijn hoede kreeg. Dat was in 1955. Ik was daar vaak te vinden, ’s avonds moest ik mijn vader wel eens eten brengen. Dan moest je in het donker je weg zoeken, dwars door de polder en de bagger heen. Mijn vader heeft mij de eerste kneepjes van het vak bijgebracht.”
“Het was voor mij een groot geschenk toen de molen in 2002 weer vrijkwam omdat de vorige molenaar ermee stopte. Mijn VUT kwam toen in zicht, dus ik kreeg genoeg tijd. De Kager heeft voor mij speciale betekenis omdat hij op Kaag­eiland staat en mijn vader hem zo lang – tot eind jaren tachtig – met enkele onderbrekingen heeft mogen draaien.”
“Het is een prachtige plek, ik ben er iedere week wel te vinden. Ik heb een roeibootje in de ringvaart liggen om er te komen. In de zomer leg ik mijn plezierbootje aan en ben ik er vaak een hele week. Samen met mijn vrouw, die neemt dan een goed boek mee.”
“Medio jaren tachtig is er een electrisch gemaal gekomen maar dat heeft gelukkig weinig capaciteit. Daardoor heeft de Kagermolen genoeg te doen, en zo hoort het ook. De kunst is om het electrisch gemaal niet te laten aanslaan door genoeg water weg te pompen. Dat lukt vrijwel altijd. Ik denk dan ook dat ik het waterschap flink wat stroom bespaar.”

AL

Molenaars aan het woord