Molenaar aan het woord

Jos van der Donk


“Ik heb een klap van de molen gehad”

Of ik zeventig jaar ben? Nee hoor, ik ben twee keer de helft. En binnen twintig jaar hoef je niet bij mij op de Googermolen te komen om mij te vervangen door een andere molenaar. Dat is wat ik hoop natuurlijk. Ik wil hier graag blijven wonen. Maar ja, als je wat gaat mankeren is het niet praktisch om in een molen te wonen. Dat is trouwens ook zo voor mensen die twee-hoog-achter wonen.
In 1959 leerde ik mijn vrouw kennen. Zij komt uit een echte molenaarsfamilie. Toen ik bij haar opa op de molen kwam ben ik gegrepen. Ik heb toen een klap van de molen gehad. Van hem heb ik het vak geleerd. Het belangrijkste is praktijkervaring opdoen en het weer leren kennen. Het sterkste verhaal is toch wel dat de opa van mijn vrouw, eens in de winter, ‘s avonds in het pikkedonker langskwam. Hij had spullen nodig om de volgende dag sneeuw te scheppen. Er lag toen nog geen vlok maar hij voorzag dat de molen de volgende dag geheel zou zijn ingesneeuwd. En dat klopte als een bus. ‘s Nachts ging het sneeuwen en door de wind raakte de molen ingesneeuwd. Toen ik ging kijken bij de molen kon ik het hoofd van opa nog net zien boven de sneeuw uit. Dan ga je zo’n man geloven, hè.
Die kennis van de natuur wordt steeds zeldzamer. Iedereen heeft haast en ziet niks meer. Ja, alleen beton. Hier op de molen zie ik alles. De natuur, het weer, de vogels. Ik vind het leuk om die kennis te delen. Ik stel de molen ook open voor publiek. Zo vertelde ik eens aan een bezoeker dat ik per minuut zo’n 25 kuub water kan wegmalen. “Wat doet u dan met dat water?”, was de vraag. “Wat dacht u? De wc doorspoelen natuurlijk!”, was mijn antwoord.

GH

Molenaars aan het woord