Molenaar aan het woord

Koos Groenendijk


“De stichting is een voorbeeld voor heel Nederland”

“Als jongen van 13 ging ik al op mijn fiets vanuit Leiden naar de Zelden van Passe in Zoeterwoude. Kijken hoe de molen het water verplaatste, prachtig vond ik dat. Maar de molenaar daar vertelde dat ik het wel kon vergeten: molenaar was een uitstervend beroep. Toen ben ik in mijn vrije tijd maar bij de stoomtrein in Katwijk vrijwilligerswerk gaan doen. Daar kwam ik iemand tegen die mij in contact bracht met het gilde van vrijwillige molenaars. In 1995 ben ik bij het gilde een opleiding gaan volgen. Voor het eerste examen in 1999 was ik zo zenuwachtig dat ik zakte. In 2001 ging het beter: toen haalde ik mijn molenaarsdiploma. Ik dacht nog: ‘dat had die molenaar in Zoeter­woude eens moeten weten!’

 

Intussen draaide ik al sinds 1998 op de Ouden­hofmolen van Willem Waltman, die molenaar
was geworden op de viergang in Aarlanderveen en voor de Oudenhof niet veel tijd meer had.
Een paar jaar later was de officiële overdracht. Groots als een aap was ik, toen ik de sleutel kreeg. Niet lang daarna kwam de Achthovense molen vrij. De kans om daar molenaar te worden heb ik met beide handen aangegrepen.

 

Door de week werk ik als vrachtwagenchauffeur en op zaterdag ben ik op de molen te vinden. Ik ben een luie hobbymolenaar, ik hoef er niet van te leven. Als de molen 70 of 80 enden loopt is dat mooi, dan geniet ik. De Rijnlandse Molenstichting is zuinig op haar molens en vecht voor de omgeving daarvan: de molenbiotoop. Dat is wel nodig, want in Nederland bouwen we alles vol. En met teveel bebouwing in de buurt vangt de molen te weinig wind, waardoor het moeilijker wordt om goed te draaien. De stichting is een voorbeeld voor heel Nederland.”

AH

Molenaars aan het woord