Molenaar aan het woord

Paul van der Pouw Kraan


“Iedere ochtend kijk ik wel even naar de lucht”

Paul woont met zijn vrouw en drie opgroeiende kinderen in een cirkel van vijf meter. De ruimte is dus beperkt en naast de molen heeft hij een schuur zo ingericht dat zijn zoons (16 en 11) en dochter (14) een plek hebben waar ze hun gang kunnen gaan. “Toen ik nog maar kort verkering had, maakte ik mijn meisje duidelijk dat de molen de plek van mijn leven zou zijn. Zij had en heeft daar gelukkig geen enkel probleem mee en wij zijn al 21 jaar samen”. Ook de kinderen vinden het leven in en rond de molen prima.
Het molenaarsbestaan heeft Paul zelf ook als kind van huis uit mee gekregen. Hij groeide op in een molenaarsgezin van elf kinderen, waarvan drie zoons nu in een molen wonen. “Een leven in een woonwijk zou mij te benauwd zijn en is daarom ondenkbaar”, zegt hij stellig. Ook zijn hoogbejaarde ouders leven niet in een rijtjeshuis in het dorp, maar in een kleine woning, pal naast de Lijker II.


Hij geniet van de natuur en het water om zich heen en vertelt hoe stormwind aan de molen
kan trekken. Hij zal het leven als molenaar zijn kinderen nooit opdringen, maar merkt bij de
oudste zoon zo af en toe al wel belangstelling voor de molen.
Hoewel Paul met het draaien van de molen makkelijk aan zijn 100.000 verplichte tikken per jaar komt, is het met een baan als loodgieter en drie opgroeiende kinderen wel passen en meten. In zijn vrije tijd concurreert de molen met gezinszaken zoals aandacht voor de voetbal en sportclubs van de kinderen.


“Iedere ochtend kijk ik als ik wakker word wel even naar de lucht en de windrichting om te zien of het een goede dag om te draaien is.”

JH

Molenaars aan het woord