Adermolen

Gegevens

Type  

Ronde gemetselde poldermolen

Adres  

Aderpolder 3, 2159 BA  Rijpwetering

Gemeente       

Kaag en Braassem

Bouwjaar  

1941

Molenaar  

Antoon Vermeij

Bezoek  

Alleen op afspraak.

Afspraak  

0172 615 851

Bereikbaarheid 

De molen staat op een eiland en is alleen met een boot te bezoeken.

Rijksmonumentennummer  

7123

Landschappelijke waarde     

Is zeer groot.

Bestemming

Wordt door een vrijwillige molenaars in bedrijf gehouden. Hij fungeert als hulpgemaal voor de Aderpolder en wordt ingezet bij extreme wateroverlast of als het gemaal niet werkt. De Adermolen bemaalt een polder van ongeveer 75 hectare met een opvoerhoogte van 1,80 m.

Historie

Tot 1881 wordt de polder bemalen door een achtkante met riet gedekte molen met vijzel, die in dat jaar afbrandt. In dat jaar wordt een stoomcentrifugaalpomp gebouwd die zorgt voor de bemaling van de polder. Later, in 1925, wordt de stoomaandrijving vervangen door een petroleummotor. Als door de oorlog in 1941 de brandstof schaars wordt en het motorgemaal versleten raakt, grijpt het polderbestuur terug op windkracht. Het geeft de opdracht voor het bouwen van een windmolen,  vrezend dat in de oorlogstijd een mechanische bemaling de polder niet behoorlijk op peil kan houden. Het besluit wordt met algemene stemmen genomen.

Ontwerper van het bouwplan is A.J. Dekker te Leiden. De bouwers zijn molenmaker Vrijburg te Oud Ade en metselaar Strijk te Rijpwetering. De molen wordt bij gebrek aan bouwmaterialen gebouwd met de gebruikmaking van onderdelen afkomstig van de molen van de Zuiderpolder onder Haarlem.

 

Bij de officiële in gebruikstelling van de windmolen, op 23 september 1942, merkt de poldersecretaris op dat de polder ‘baas in eigen huis’ wilde blijven en daarom heeft besloten een windwatermolen te bouwen. Later blijkt dat het polderbestuur dat goed heeft gezien. Veel Rijnlandse polders zonder windbemaling hebben hun polder in oorlogstijd niet behoorlijk op peil kunnen houden. De Aderpolder heeft steeds met windkracht de landerijen droog kunnen houden.

 

In 1985 komt er een nieuw gebouwd elektrisch gemaal die de windbemaling overbodig maakt. Als gevolg daarvan wordt de molen in 1986 het eigendom van de Rijnlandse Molenstichting. In 2005 krijgt de molen een nieuw gevlucht met fokwieken.
In de jaren vóór 2015 zakt de molen langzamerhand scheef. In het metselwerk komen grote scheuren en er springen spontaan stenen uit het metselwerk. Een grote restauratie dient zich aan. Bij de provincie wordt een verzoek ingediend voor een restauratie-subsidie. Als die toezegging komt is ongeveer de helft van de totale kosten, € 440.000 gedekt.  

Bij de restauratie wordt de molen veertig centimeter omhoog gebracht en volledig nieuw gefundeerd. Ook de voor- en achterwaterloop worden aangepast, en er wordt een nieuwe vijzel wordt aangebracht. Eind 2016 is de restauratie voltooid, in 2017 wordt de molen opnieuw in gebruik gesteld. 

Constructie

Romp

Kap

Ronde stenen, taps toelopende molenromp.

Gedekt met riet.

Vlucht      

16,30 m.

Wiekenvorm          

Fokwieken, systeem Fauël.

Wiekenkruis  

Gelaste stalen roeden, fabrikant Straathof 2004;

Binnenroede nr. 192,

Buitenroede nr. 193.

Bovenas  

Gietijzer, fabrikaat De Prins van Oranje, ijzergieterij te Den Haag 1876, No. 1055; lang 4,15 m.

Kruiwerk  

30 houten rollen in ijzeren wagens; kruirad.

Vang  

Losse Vlaamse blokvang uit 4 stukken; wipstok.

Maalwerk  

Stalen vijzel in de molen Ø 1,10 m.

Overbrenging            

Bovenwiel               

44 kammen

Bovenschijfloop

19 staven

Spilwiel  

28 kammen

Vijzelwiel  

26 kammen

Overbrenging      

1 : 2,49