Hogeveensemolen

Gegevens

Type  

Achtkante rietgedekte poldermolen met scheprad

Adres  

Leidsevaart 81, 2211 VR, Noordwijkerhout

Gemeente       

Noordwijkerhout

Bouwjaar  

1654

Molenaar  

Tom Melman

Bezoek  

Als de molen draait of op afspraak 

Afspraak  

tommel@casema.nl

 

 

Rijksmonumentennummer  30774

 

Landschappelijke waarde   Is groot, de molen staat in het voorjaar tegen de bloeiende bollenvelden aan.

 

Bestemming

De molen wordt door een vrijwillig molenaar in bedrijf gehouden, fungeert als hulpgemaal voor de Hogeveense polder en wordt ingezet bij extreme wateroverlast of als het gemaal niet werkt.

Te bemalen oppervlakte is 485 ha. De opvoerhoogte is 0,40 cm 

Historie

De Hogeveensemolen is een uit 1654 stammende poldermolen aan de Leidsevaart. Hij staat schuin tegenover de Lageveensemolen. De molen is zeer oud en van eikenhout opgetrokken. De binnenwerkse houtconstructie wijst in de richting van een binnenkruier, maar dat is hij nooit geweest.

De molen werd door Bartholomeus Dirksz. Klinkenberg gebouwd op een stuk land met de naam Keutelveenen. Vlak naast de molen loopt de (enige jaren na de bouw van de molen gegraven) trekvaart tussen Haarlem en Leiden.

Tussen 1866 en 1872 werden achtereenvolgens een ijzeren bovenas gestoken, een ijzeren scheprad en ijzeren roeden  geplaatst.

 

In 1924 werd het besluit genomen (om minder afhankelijk van de wind te zijn) om een motor in de molen te plaatsen. Dat bleek geen groot succes. Een tweede poging volgde in 1930. Maar vanwege de vrees voor een naderende oorlog (en daarmee de verwachte brandstofschaarste) werd in 1939 besloten tot een renovatie van de molen. Helaas een vooruitziende blik.

De renovatie werd uitgevoerd volgens de denkbeelden van Adriaan Dekker te Leiden. Onder meer werden met aluminium beklede gestroomlijnde wieken aangebracht en werd het scheprad aangedreven met een riem vanaf het onderwiel.

De molen kwam de Tweede Wereldoorlog niet ongeschonden door. In 1945 ontstond er door een bombardement schade aan de molen en de molenaarswoning.


 

In 1978 is de dieselmotor vervangen door een elektromotor die het scheprad eveneens op de genoemde manier kan aandrijven. De polder is thans voorzien van een modern elektrisch gemaal enige honderden meters ten noorden van de molen. De gehele inrichting van de molen met de aandrijving op het onderwiel is zeer zeldzaam en cultuurhistorisch van grote waarde.

 

In 1985 is een grote restauratie uitgevoerd waarbij de roeden met het uit 1939 daterende Dekkerstroomlijnsysteem werden vervangen. Verder vond herstel plaats van windpeluw, onderschijfloop en koningspil. In 2003 werd de ophekking en het Dekkersysteem wederom geheel vernieuwd.

 

De molen was vanaf 2005 in eigendom van het Hoogheemraadschap van Rijnland en daarvoor van het waterschap De Oude Rijnstromen.

De molen is op 1 juli 2018 overgedragen aan de Rijnlandse Molenstichting.

 

Bijzonder: De molen kon vroeger ook inmalen. Delen van dit inmaalsysteem met onder het molenerf gelegen duikers is nog aanwezig. Doordat het polderpeil thans lager is dan vroeger waarbij bovendien de Leidsche Vaart in de zomer niet meer op een erg laag peil ligt, is het inmalen niet meer noodzakelijk. Door een naast de molen gelegen inlaat kan eenvoudig water worden ingelaten in de polder.

Constructie

Voet  

Romp

Lage gemetselde veldmuren.

Eiken achtkant gedekt met riet

Kap

Gedekt met riet

Vlucht      

23.40 m.

Wiekenvorm          

Het systeem Dekker op beide roeden

Wiekenkruis  

Stalen roeden fabrikant Derkx, bouwjaar 1984,

buitenroede nr. 0463 ,

binnenroede nr. 0464.

Bovenas  

Gietijzer, fabrikant Sterkman 1865, lengte 5,35 m.

Kruiwerk  

56 ijzeren rollen, kruirad.

Vang  

Losse Vlaamse blokvang, wipstok

Maalwerk  

Scheprad diameter 4,80 m. breedte 34 cm.

Overbrenging            

Bovenwiel               

 58 kammen

Bovenbonkelaar

 21 staven

Onderschijfloop  

 19 staven

Waterwiel  

 70 kammen

Overbrenging      

 1:0,75