Lageveensemolen

Gegevens

Type  

Wipmolen

Adres  

Aan de oostzijde van de Leidsevaart ter hoogte van Hogeveensemolen aan de andere kant van de Leidsevaart in Lisse.

Gemeente       

Lisse

Bouwjaar  

1890

Molenaar  

Rob Potter

Bezoek  

Alleen op afspraak.

Afspraak  

070 397 8710

Bereikbaarheid 

De molen is alleen te voet bereikbaar bereikbaar vanaf  parkeerplaats Puntenburg hoek Spekkelaan en Loosterweg ­Zuid te Lisse, kies dan laarzenpad Wassergeest, afstand: 3 km, blauw gemarkeerd.

Rijksmonumentennummer  

25903

Landschappelijke waarde   

Groot, de molen staat in het natuurgebied duin- en bollenstreek.

Bestemming

De molen wordt in bedrijf gehouden door een vrijwillig molenaar en fungeert als hulpgemaal bij extreme wateroverlast, of als het gemaal niet functioneert. De Lageveense polder omvat 190 ha, de opvoerhoogte van 0,50 cm.

Historie

In 1654 is de polder gesticht op een deel van de Laege Veenen, de huidige Lageveense Polder. De polder bevindt zich in de Duin- en Bollenstreek. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de Hogeveense Polder aan de andere kant van de Leidse Vaart, komt er in de Lageveense Polder geen bollenteelt voor. Het gebied is altijd als weiland in gebruik geweest. Ook komen er enkele percelen bos in de polder voor. Het gebied is nu in eigendom van het Zuid-Hollands landschap en is natuurgebied.

 

In 1657 wordt de Leidse Vaart gegraven. Voor de aanleg van deze vaart moet de molen naar het oosten verplaatst worden. In 1815 wordt de oude molen voor afbraak verkocht en vervangen door een nieuwe molen. In 1842 wordt besloten om de Lageveense Molen opnieuw te verplaatsen, dit keer vanwege de aanleg van de spoorlijn Leiden – Haarlem. Langs de spoorlijn komt een bermsloot waarop de molen uit maalt en via een duiker onder de spoorlijn door komt het water uiteindelijk in de Leidsevaart.

 

Op 25 juli 1890 brandt de molen de molen af. De molen wordt nog in hetzelfde jaar door het molenmakersbedrijf Melman te Warmond herbouwd. Rond 1950 wordt er in het Keukenhofbos een vijzelgemaaltje voor noodgevallen neergezet. Omstreeks 1990 wordt de vijzel vervangen door een pomp, daarmee komt de functie van de molen als hoofdgemaal te vervallen. In dat jaar gaat ook het eigendom van de molen over van het Hoogheemraadschap van Rijnland naar de Rijnlandse Molenstichting.

 

Bijzonder: Gedurende lange tijd wordt de Lageveensemolen bemalen door vader en zoon Cozijn. Zij zijn ook de molenaars van de Hogeveense Molen die aan de overkant van de Leidsevaart ligt. Om bij de Lageveensemolen te komen roeit de molenaar met een roeiboot de Leidsevaart over, vervolgens steekt hij te voet de spoorlijn over om dan met een tweede roeiboot de bermsloot over te steken. In die tijd is Leo Cozijn molenaar, maar het eigenlijke malen van de Lageveensemolen wordt meestal door zoon Bart gedaan. Als de molen zijn status van hoofdgemaal in 1990 verliest, trekt NS subiet de toestemming in dat de molenaar de spoorlijn mag oversteken.

Constructie

Voet  

Ondertoren

Veldmuren van 0,50 m. hoog.

Gedekt met geteerde gepotdekselde planken.

Bovenhuis

Rood geschilderd met witte randen, voorzijde in visgraatvorm van rabatdelen, kap gedekt met dakleer.

Vlucht      

18,40 m.

Wiekenvorm          

Fokwieken systeem Fauël.

Wiekenkruis  

IJzeren Roede;

Binnenroede, fabrikant Straathof, nr. 48 van 1990,

Buitenroede, fabrikant Bremer, nr. 54 van 1961.

Bovenas  

Gietijzer, fabrikant Schretlen & co, lang 3,55 meter.

Kruiwerk  

Zetelkruiwerk, kruirad.

Vang  

Vlaamse blokvang, wipstok.

Maalwerk  

Gesloten ijzeren scheprad buiten de molen, diameter 4,04 m. breed 28 cm.

Overbrenging            

Bovenwiel               

49 kammen

Bovenschijfloop

22 staven

Onderschijfloop  

17 staven

Waterwiel  

60 kammen

Overbrenging      

1 : 0,63