Rietveldsemolen

Gegevens

Type  

Achtkante rietgedekte poldermolen

Adres  

Rietveld 2, 2391 NH Hazerswoude-Dorp

Gemeente      

Alphen aan den Rijn

Bouwjaar  

Circa 1648

Molenaar  

Ab Brekelemans

Bezoek  

Alleen op afspraak, het woongedeelte is privé.

Afspraak  

0172-589 981

Bereikbaarheid 

Via Burgemeester ten Heuvelhofweg. 

Rijksmonumentennummer  

21066

Landschappelijke waarde Groot, de molen staat prachtig in het landschap.

Bestemming

De molen wordt in bedrijf gehouden door vrijwillige molenaars. Sinds de verlegging van de boezem en de afdamming van de Rietveldse Vaart in heeft de molen geen daadwerkelijke bemalingsfunctie meer en maalt in circuit.

Historie

De voormalige Polder Rietveld ontstaat in 1648 door samenvoeging van zeven kleine particuliere poldertjes, waaronder de Rietveldsepolder. Dijkgraaf en Hoogheemraden van Rijnland verlenen in dat jaar toestemming tot deze samenvoeging mits een achtkante watermolen wordt gebouwd, waarin de molenaar huisvesting heeft en de polder het gehele jaar droog wordt gehouden: de Rietveldsemolen.

 

De nieuwe achtkante molen zorgt voor een betere waterbeheersing. Maar er zijn ook protesten. Veel eendekooien in de polder hebben te weinig water. Daarom wordt in 1652 aan de eigenaren van eendekooien toegestaan kleine watermolens in te richten om de eendekooien van voldoende water te voorzien.

 

Ook staat de molen bekend als een uitstekende palingmolen, hetgeen betekent dat de molenaar ‘s nachts tijdens het malen veel paling vangt. Mogelijk is dat de reden waarom het polderbestuur tot ongeveer 1905, jaarlijks na de Grote Schouw, de traditionele schouwmaaltijd in de Rietveldse molen houdt.

 

Tot 1966 bemaalt de Rietveldsemolen de Rietveldse- en later de Riethoornsepolder met een oppervlakte van circa 705 ha en een opvoerhoogte van 1 tot 1,50 meter. Maar als in maart 1966 het nieuw gebouwde gemaal van de Riethoornsepolder officieel in gebruik wordt gesteld,  betekent het dat de molen geen functie meer heeft in de waterhuishouding. De molen maalt vanaf dat moment in circuit: water dat er aan de boezemkant uitgaat komt er na verloop van tijd aan de achterkant weer in.

In 1967 komt de molen in eigendom van de Rijnlandse Molenstichting.

 

Bijzonder: Op de kapzolder van de molen bevindt zich een grote houten ton, die herinnert aan de tijd dat de molenaar verplicht was op de kapzolder een ton met water te hebben staan, teneinde bij het warm lopen van de bovenas het vuur onmiddellijk te kunnen blussen.

Versiering

Eenvoudige baard, groen geschilderd met witte rand en opschrift: ANNO 1648

Constructie

Voet  

Veldmuren van 40 cm hoog.

Romp  

Houten achtkant gedekt met riet, de 3 velden aan de schepradzijde tot ca.1,80 m. boven de veldmuren gedekt met gepotdekselde planken.

Kap

Gedekt met riet.

Vlucht      

26,65 m.

Wiekenvorm         

Oud-Hollands

Wiekenkruis  

Gelaste stalen roeden, fabrikant Straathof 1995;

Binnenroede nr. 96, 26,50 meter,

Buitenroede nr. 97, 26,65 meter.

Bovenas  

Gietijzer, fabrikant Sterkman & Zn 1859, nr. 18, lengte 5,70 m.

Kruiwerk  

48 houten rollen; kruirad.

Vang  

Vlaamse blokvang uit 4 stukken; wipstok.

Maalwerk  

IJzeren scheprad in de molen diameter 5.95 m, breedte 60 cm.

Overbrenging            

Bovenwiel  

  49 kammen

Bovenschijfloop   26 staven
Onderschijfloop    25 staven
Waterwiel    94 kammen
Overbrenging      

  1 : 0,50