Stevenshofjesmolen

Gegevens

Type  

Ronde stenen poldermolen

Adres  

Henriëtte Bosmanpad, 2331 NS Leiden

Gemeente       

Leiden

Bouwjaar  

1797

Molenaar  

Kees van der Steege &  Leo Middelkoop

Bezoek  

Als de molen draait of op afspraak.

Afspraak  

071 523 0118

Rijksmonumentennummer  

25681

Landschappelijke waarde   

Beperkt: Aan één zijde ingesloten door stedelijke bebouwing van de wijk Stevenshof.

Bestemming

De molen wordt in bedrijf gehouden door vrijwillige molenaars en fungeert als hulpgemaal voor de Stevenshofjespolder indien er sprake is van extreme wateroverlast of als het gemaal niet meer werkt. De polder heeft, sinds de bouw van de wijk Stevenshof, nog een omvang van 40 hectare, de opvoerhoogte is 0.75 meter.

Historie

De Stevenshofjespolder, oorspronkelijk 150 hectare, ontstaat in 1674 door combinatie van het in 1632 gestichte Sint-Steevenspoortgenspoldertje en van onder Wassenaar gelegen gronden. Daardoor is het nodig om een molen met grotere capaciteit te bouwen. De nieuwe molen, een wipmolen, komt aan de Veenwatering te staan, waar ook de huidige molen staat.
De Stevenshofjespolder wordt door de Veenwatering middendoor gedeeld. De molen staat ongeveer in het midden van de polder aan de zuidoostelijke rand van de Veenwatering. De relatie tussen beide delen van de polder wordt onderhouden door een grondduiker bij de molen.
 

Drie december 1796 is een zwarte dag voor de polder. De wipmolen maalt, met harde wind tijdens een zware onweersbui. Maar molenaar Claes van Duykeren heeft, in strijd met de voorschriften, de molen verlaten en het malen overgelaten aan iemand anders. De molen gaat door de vang, er ontstaat brand en de molen gaat grotendeels verloren. Hierdoor verbeurt Van Duykeren zijn maalloon over 1796.

De bouwkosten voor de nieuwe molen bedragen 4.579 gulden. In november 1797 is de nieuwe molen maalvaardig.

Tot 1981 is de molen het hoofdgemaal van de polder, in dat jaar neemt een gemaal de hoofdbemaling over.


De molen staat tot 1 juli 1966 op grondgebied van de gemeente Wassenaar. Later, als gevolg van een grenswijziging, op het grondgebied van de gemeente Leiden. In 1976 komt de molen in eigendom van de Rijnlandse Molenstichting. Vervolgens worden de kap en het kruiwerk in ‘82-‘83 gerestaureerd. Daarop volgen in 2011 de roeden van de molen.

 

Bijzonder: De Stevenshofjesmolen is lange tijd een seinmolen geweest. Een seinmolen is een poldermolen die van het waterschap de taak heeft gekregen om andere molens in de omgeving het sein te geven de bemaling van de polder te starten of te staken. De Stevenshofjesmolen neemt op zijn beurt het sein over van de Zelden van Passe een poldermolen in Zoeterwoude, nu langs de A4. Het sein van de Stevenshofjesmolen moeten alle molens tot aan de kust volgen. Op de roeden zitten weer beugels, zoals die op de oude roeden zaten om het sein te bevestigen. Overdag wordt op de seinmolen een zwarte vlag met middenin een groot wit vlak gehesen; 's nachts of bij mist werd een heldere lantaarn gebruikt als sein voor de molenaars.

Versiering

Eenvoudige baard, geel geschilderd met rood opschrift: 1802.
In het onderwiel zijn de initialen en een jaartal  gehakt: P.Y. 1872. De initialen zijn van molenmaker Pieter Yperlaan.

Constructie

Romp

Ronde stenen molen, op het westen bepleisterd met beton tegen vochtinslag.

Kap

Gedekt met riet.

Vlucht      

19,62 m.

Wiekenvorm          

Oud Hollands

Wiekenkruis  

Stalen roeden fabrikant Straathof, bouwjaar 2009;

Binnenroede: nr. 0245,

Buitenroede: nr. 0244.

Bovenas  

Gietijzer, fabrikant Schretlen & Co, bouwjaar 1873, nr. 177; lengte 4.10 m.

Kruiwerk  

36 houten rollen, kruirad.

Vang  

 Vlaamse blokvang uit 4 stukken; wipstok.

Maalwerk  

 IJzeren scheprad in de molen, Ø 4 meter, breed 0.25 m.

Overbrenging            

Bovenwiel               

51 kammen

Bovenschijfloop

26 staven

Onderschijfloop  

22 staven

Waterwiel  

58 kammen

Overbrenging      

1 : 0,74