Vrouwgeestmolen

Gegevens

Type   Achtkante rietgedekte poldermolen
Adres   Heimansbuurt 1, 2401 LV  Alphen aan den Rijn  
Gemeente       Alphen aan den Rijn
Bouwjaar   1797
Molenaar  

Hans Vrolijk

Bezoek   Alleen op afspraak, woongedeelte is privé.
Afspraak   0172-785 291
Bereikbaarheid  Alleen vanaf Woubrugge met de auto bereikbaar, vanaf Alphen aan den Rijn ook met de fiets.
Rijksmonumentennummer 

7537

Landschappelijke waarde   Is groot, vooral aan de westelijke kant, aan de oostelijke kant ligt de bebouwing van Alphen aan den Rijn

Bestemming

De molen wordt in bedrijf gehouden door een vrijwillig molenaar. Hij fungeert als hulpgemaal voor de Vrouwgeestpolder en de Bruinmadesche polder en wordt ingezet bij extreme wateroverlast of als het gemaal niet werkt. De polders omvatten 210 hectare, de opvoerhoogte is 4,30 m.

Historie

De verzelfstandiging van de Veen- en Droogmakerij Vrouwgeestpolder maakt aan het einde van de achttiende eeuw de bouw van een eigen watermolen noodzakelijk. Het besluit tot de realisering van een molen wordt in 1796 genomen. Dat het een nieuwe molen wordt staat aanvankelijk nog niet vast. Ingeland Gerrit Mouthaan krijgt de opdracht te onderzoeken of er een tweedehands molen te koop is. Het polderbestuur hoopt voor duizend à twaalfhonderd gulden een bestaande molen te Mijdrecht te kunnen kopen, maar andere polderfunctionarissen brengen een afwijkend advies uit. Vervolgens hoopt men van de stad Leiden een watermolen over te kunnen nemen, die even buiten de Wittepoort staat, maar die blijkt niet te koop. Vervolgens worden twee plannen uitgewerkt voor de bouw van een stenen of van een houten molen.

In 1797 wordt het bouwen van de molen aanbesteed. Het werk werd gegund aan de Alphense timmerman en molenmaker Hendrik Kooperdraat voor ƒ 19.800,00.


De eerste molenaar op de tegenwoordige Vrouwgeestmolen is Cornelis Vrolijk (1797-1829), hij tekent steeds een jaarcontract. Zijn eerste contract tegen een jaarwedde van 120 gulden. Cornelis Vrolijk houdt niet alleen de molen in bedrijf, hij moet ook de molenbrug, twee beschoeiingen in de Heimanswetering, polderhekken en duikers teren met door het bestuur geleverde teer. Ook moet hij twee grote duikers in de Nieuweweg en de Nootweg sluiten en ontsluiten en de sleutels goed bewaren.

 

Na Cornelis Vrolijk hebben steeds rechtstreekse afstammelingen van hem de Vrouwgeestmolen bemalen: Jan Vrolijk van 1829 tot 1872, Aart Vrolijk van 1872 tot 1915, Cornelis Willem Vrolijk van 1915 tot 1950, Karel Pieter Vrolijk van 1950 tot 2008 en Hans Vrolijk vanaf 2008.

Om te kunnen voorzien in het onderhoud wordt er door de molenaars ook vee gehouden. De huidige molenaar heeft op de plaats waar vroeger de veestallen stonden,  een logiesgelegenheid voor 6-8 personen gebouwd. Zie www.logerenbijdemolen.nl.

Versiering

Baard, groen geschilderd met gele versiering en opschrift: ‘1797 1954’ . Daaronder de afkorting ‘HKD’, de afkorting van de molenbouwer: Hendrick Koperdraat.

De steen in de toog van de vijzelgoot vermeldt:
‘ANNO 1909
Het is Carel Piek geweest
Voorzitter van de Vrouwgeest
Die deze spil voorheen een eiken paal
Vervangen liet door een van staal’.

Constructie

Voet   Veldmuren van 2,40 m hoog.
Romp   Houten achtkant gedekt met riet.
Kap Gedekt met riet.
Vlucht       27,10 m.
Wiekenvorm          Fokwieken met remkleppen.
Wiekenkruis  

Gelaste stalen roeden fabrikant Straathof,  2004;

Buitenroede: nr. 0190, lengte 27,10 meter,

Binnenroede: nr. 0191, lengte 27 meter.

Bovenas  

Gietijzer, fabrikant Sterkman & Zn. te Den Haag 1862 Nr. 153, lang 6,00 m.

Kruiwerk   47 houten rollen; kruirad.
Vang   losse Vlaamse blokvang uit 4 stukken; wipstok.
Maalwerk   stalen vijzel in de molen ø 1,35 m. woning in de molen.

Overbrenging            

Bovenwiel  

 68 kammen

Bovenschijfloop  35 staven
Onderwiel    41 staven
Vijzelwiel    33 kammen
Overbrenging        1:2,41