Weijpoortsche molen

Gegevens

Type  

Wipmolen

Adres  

Weijpoort 25, 2415 BW Nieuwerbrug

Gemeente      

Bodegraven-Reeuwijk

Bouwjaar  

1674

Molenaar  

Leo van der Vlist, Jan Vroege

Bezoek  

Als de molen draait en op afspraak

Afspraak  

fam.vandervlist@casema.nl of 06-5051 4486

Bereikbaarheid 

Via het pad naast de sportvelden van VV Rijnstreek

Rijksmonumentennummer  

9762

Landschappelijke waarde   

Is zeer groot, de molen staat prachtig in het landschap.

   

Bestemming

De molen wordt door drie vrijwillige molenaars in bedrijf gehouden. Het fungeert als hulpgemaal voor de Weijpoortsche polder en wordt ingezet bij extreme wateroverlast of als het gemaal. De polder omvat 245 ha, de opvoerhoogte is 1,40 m.

Historie

De Weijpoortsche polder hoort aanvankelijk bij de Zuidzijde van Bodegraven en loost haar water op de Oude Rijn. Het valt onder het Grootwaterschap van Woerden. In 1363 treedt men hieruit en graaft een eigen afwateringskanaal, helemaal naar de Hollandsche IJssel om daar het overtollig water te gaan lozen. In 1480 is de bodem door het opdrogende veenmoeras dusdanig gedaald, dat men het water niet meer op een natuurlijke manier kan lozen. Om het gebied worden dijken aangelegd om het water buiten te houden en overtollig binnenwater wordt naar buiten gemaald met een molen. Zo ontstaat er een polder.

In 1564 bouwt de Weijpoortsche polder een eigen molen en valt het weer onder het Grootwaterschap van Woerden. In rampjaar 1672 wordt de molen door Franse soldaten in brand gestoken. Tijdens de restauratie van de huidige molen in 1995 wordt het jaartal 1674 op de koningsspil gevonden. Er wordt daarom vanuit gegaan dat de huidige molen in dat jaar is herbouwd.

 

In 1812 blijkt de molen zo slecht te zijn geworden dat men de polder mede laat bemalen door de twee molens van de buurpolder Langeweide. Dat bevalt kennelijk niet en in 1817 wordt de eigen molen weer maalvaardig gemaakt.

Tot 1909 wordt er in de molen gewoond, maar in 1910 wordt de molen voor bewoning afgekeurd. Naast de molen werd een woning gebouwd. In 1938 wordt de molen gemoderniseerd door het scheprad te vervangen door een vijzel. Ook worden de wieken gestroomlijnd.

 

Tot 1975 blijft de molen in gebruik als hoofdbemaling voor de polder, daarna neemt een gemaal deze taak over. Mede als gevolg daarvan komt de molen in 1976 in eigendom van de Rijnlandse Molenstichting. In 1995 wordt de molen ingrijpend gerestaureerd. De huidige molenaars hebben het woongedeelte en de bedstee in de molen gereconstrueerd en daarbij de oude kleuren gebruikt.

Versiering

In het bovenhuis van de molen zijn verschillende inscripties en jaartallen zichtbaar, waaronder de inscriptie op de koningsspil uit 1674. Verder is er een eenvoudige makelaar met vaantje.

Constructie

Voet  

Ondertoren

Veldmuren van 0,90 m hoog.

Gedekt met riet.

Bovenhuis

Groen geschilderd, voorzijde van verticale delen, gedekt met dakleer.

Vlucht      

27,45 m.

Wiekenvorm         

Systeem Fauël

Wiekenkruis  

Stalen roeden, fabrikant Derkx, bouwjaar 1994;

Binnenroede: nr. 784, lang 27,30 meter,

Buitenroede: nr. 507, lang 27,45 meter.

Bovenas  

Gietijzer, fabrikant Gieterij Hardinxveld, nr 52, 1995, gewicht 3.950 kg. lang 5,90 m.

Kruiwerk  

Glijwerk met neuten; kruirad.

Vang  

Losse Vlaamse blokvang uit 5 stukken; wipstok.

Maalwerk  

Stalen vijzel diameter 1,62 m.

Overbrenging            

Bovenwiel  

 60 kammen

Bovenschijfloop

 30 staven

Spilwiel  

 27 kammen

Vijzelwiel  

 31 kammen

Overbrenging      

 1 : 1,87