Bart Dooren

Molenaar op Hoop doet Leven

rijnlandsemolenstichting.nl

“Klein maar fijn”. Dat is de Hoop Doet Leven volgens Bart Dooren. “Ik kom niet uit een molenaarsgezin maar bij mij is het misschien wel een aangeboren afwijking”. Mijn ouders zeiden dat ik eerder ‘molen’ kon zeggen dan papa en mama. Het dorp waar ik vandaan kom, Maartensdijk, had destijds niet eens meer een molen. In 1982, ik was toen 11, fietste ik naar een molen in Tienhoven. Het klikte direct met die mensen en al gauw zat ik er elke week. Zo leerde ik veel Utrechtse molenaars kennen. Ik was in die tijd vaak achterwacht voor de beroepsmolenaar die naast de molen óók een boerderij had en daarom nogal eens weg moest. Toen ik 18 was heb ik direct mijn diploma gehaald. 18 is de mínimum leeftijd. Ik was toen een tijdje de jongste molenaar van Nederland. Dat was goede PR voor de molen. Al met al loop ik vanaf mijn 11e ieder weekend bij een molen rond.

 

‘s Zaterdags zit ik op korenmolen De Hoop in Zoetermeer en zondag zit ik hier. Toen de eerste molenaar, Willem Waltman, beroepsmolenaar werd op een molen van de 4-gang in Aarlanderveen, vroeg hij of ik niet wat wilde helpen en dat vond ik prima! Kees Hogeveen werd toen eerste molenaar, Willem Waltman tweede en ik derde. Zo is het nog steeds goed te combineren met de rest van mijn werk als projectleider bij Verbij, het molenmakersbedrijf. “Je bent van kinds af aan gewend om het naast andere dingen te doen”.
Molenaar-zijn is niet alleen malen, het is ook rust - radio aan - kacheltje aan – krantje - kop koffie en ruimte om je heen. Het weer. Het leuke van het molenaar-zijn is het weer. Geen dag is het hetzelfde, zelfs niet na 38 jaar met molens werken! De korenmolen in Zoetermeer is weer anders. Daar is het maken van een product en contact met de klanten weer heel leuk.

Vroeger zeiden beroepsmolenaars: “Als de molen draait, stopt het hoofd met malen” en zo is dat.  Beroepsmolenaars waren zich ook goed bewust van de veiligheidsrisico’s: “De molen is mijn grootste vriend maar het kan ook mijn grootste vijand worden”. Net zoals korenmolenaars zich bewust waren van mogelijke schade aan de molen en de gevolgen: “Ik kan in mijn hele leven niet rijk worden maar wel in één minuut straatarm”

 

 

Van binnen is de Hoop Doet Leven nog redelijk origineel. Afgezien van een hekwerk voor de veiligheid is het hierbinnen gelukkig nog niet dichtgetimmerd. Ik werk hier van alles een beetje bij en Verbij doet de rest van het  onderhoud. Wat de Hoop Doet Leven echt uniek maakt is de hulpmotor, de Ericsson. Dit is één van de twee molens in Nederland die dat nog hebben en waar de motor nog goed functioneert. Af en toe laten we hem draaien en zo zorgen we dat hij gangbaar blijft. Er moeten dan staven uitgenomen worden zodat de motor het kan overnemen. Dan draait hij echt hard. Om dezelfde hoeveelheid water met windkracht weg te pompen moet je behoorlijk hard malen. Bij de verplaatsing van de molen was deze motor ook nog een punt want hij heeft een aparte stroomaansluiting nodig. Gelukkig werkte één van de vrijwillige molenaars bij de NUON. Zij zorgden toen voor de kabel.

De Hoop Doet Leven draait heel makkelijk en houdt het ook met veel wind goed vol, gaat lang door. Het scheprad is vrij smal en aangepast aan het (bescheiden) formaat van de molen. De omvang van de molen werd vroeger afgestemd op het oppervlak van de polder  en het hoogteverschil dat moest worden overbrugd. De bodem van deze polder zakt niet zoals bij sommige andere molens. We hebben hier een zanderige ondergrond, geen veen.

De molen stond vroeger aan het Oegstgeester kanaal, bij de Flora Rijnsburg en bemaalde vóór de verplaatsing de polder Kamphuizen. De Flora zorgde perfect voor de molen maar wilde uitbreiden. De Rijnlandse Molenstichting nam de molen over, en tekende voor de overdracht, met de molen, ter plekke, hangend in een kraan. Zo was men geen overdrachtsbelasting voor onroerend goed belasting verschuldigd. De molen hing immers in de kraan . . . Toenmalig voorzitter Loek Dijkman bedacht de opzet en gelukkig was de belastingdienst het “roerend” met hem eens.

 

De molen heeft best een goede biotoop alhoewel je goed merkt als de wind precies langs het bos bij de kruising komt. Dan draait hij toch net iets minder makkelijk. “Op dit moment pomp ik rond want het is nu zó droog”. Als het veel geregend heeft, dan is het een sport om in zo kort mogelijke tijd zoveel mogelijk water weg te werken. Als je dan naar huis gaat en het peil is een paar centimeter gezakt, dan geeft dat een goed gevoel.

Deze website maakt gebruik van cookies om u een optimale gebruikerservaring te bieden.

Meer info