Erik Kopp

Molenaar op Munnikkenmolen

Puur bij toeval kwam ik in de molenwereld terecht. Een typisch geval van “Serendipity”. Ik kende er niemand, had niks met molens. Een jaar voordat ik stopte met werken voor de Marine, kreeg ik allerlei aanbiedingen uit het bedrijfsleven. Maar ik dacht: “waarom zou ik doorgaan met die vele uren werken en alle verantwoordelijkheden?”
Ik deed aan lange afstandsmarsen. Dan zag ik zo nu en dan molens en dat zal het zaadje wel geweest zijn. Ik wilde na mijn marineleven iets gaan doen wat ik nog niet kan, waar ik niets van wist, waar ik geen kruiwagens kende. Ben toen Italiaans gaan studeren, kende ik helemaal niets van . . . Ben gaan werken in een hospice . . . was ook nieuw voor me. En ik besloot de opleiding tot molenaar te gaan volgen.

 

 

 

Tijdens mijn opleiding tot molenaar kwam ik Peter van de Voort, de vorige molenaar, tegen. Helaas werd Peter ziek en overleed kort daarna. Ik mocht van de Rijnlandse Molenstichting toch blijven draaien op de molen  onder toezicht van de molenaar van de Meerburgermolen”. Na een half jaar had ik mijn examen en werd ik hier molenaar. Ik draai 1 x per week op deze molen en 1x in de 2 weken in Wassenaar, korenmolen Windlust. Ik heb geen vaste dag. Dat komt door mijn bestuurlijke taken die ik heb als voorzitter van het Gilde van Vrijwillige Molenaars.  Ik probeer het in mijn week te plannen, check de windverwachting, en ga wanneer ik kan. Mijn hart gaat uit naar de poldermolen. Het fysieke hier is grasmaaien. Dat is eigenlijk het enige want zo’n poldermolen draait wel. Een korenmolen is iets totaal anders.
Maar ja, als je dan eenmaal molenaar bent geworden, dan wil ik weten hoe dit allemaal in elkaar zit: “Wie zorgt ervoor dat dit werkt? . . Wie heeft hier de leiding?  . . . Wie is hier verantwoordelijk? Kortom, de bestuurlijke kant van het molenbedrijf, dat spreekt me aan. De combinatie van niet alleen mijn eigen molen, maar ook de hele molenwereld.
Op mijn examen dag vroegen ze: “Wil je geen voorzitter worden van het Gilde? Dat ging me te snel. “Ik ken niemand en niemand kent mij!” Dat klopt niet. Drie maanden lang gesprekken voeren, mezelf oriënteren. Wat verwachten zíj van mij? Wat kan ík verwachten? Na een goed gesprek met de oud-voorzitter dacht ik: “Ik heb geen reden nee te zeggen, en ik ben nu vier jaar voorzitter. Binnen Rijnland zit ik in de molenaarscommissie. Die adviseert het bestuur. En zo ga je je wel meer verdiepen in het bestuur van de polders, ook in het verleden.

 

 


Elke molendraaidag schrijf ik in het logboek op wat er  gebeurt. Zeilvoering, waterpeil, omwentelingen, meteoverhaal, smeren, toestand van de zeilen, enz. Dat heb ik bij de Marine Luchtvaartdienst geleerd. Stel dat er iets gebeurt . . . hoe was het de afgelopen 3-4 dagen? Ook voor de verzekering.
Het Gilde is opgericht in 1972. Er waren toen al veel vrijwillige molenaars. De beroepsmolenaars zijn gewoon gebleven.  Het examen was gekoppeld aan het gilde. Later heeft de Rijnlandse Molenstichting een eigen opleiding gestart. Maar dan mag je alleen bij hen op de molens draaien, niet in heel Nederland.
Deze molen is uit 1890. De polder is ouder. In 1890 is de oude molen afgebrand en daar is deze voor in de plaats gekomen. Dit is een kleine maar robuuste molen. In 2012 is de molen verplaatst van 500 meter verderop waar hij zou worden ingebouwd door o.a. IKEA en andere gebouwen. Het scheprad was ook aan het scheefzakken. Dit kantoortje is er tijdens de verplaatsing bij gekomen om het verblijf in de winter wat aangenamer te maken. Bij de herinrichting van het gebied voor de verbreding van de A4 werkten Leiderdorp, de provincie en de Stichting samen om dit rond te krijgen. We hebben ook  elektriciteit. Leiderdorp wilde destijds een brug over de Does bij de Meerburgermolen. De elektriciteit voor de bouw haalden ze van het HZL infocenter. De stichting vroeg vervolgens of zij dat konden “aftappen”.  Daardoor heeft ook de Meerburger elektriciteit.

 

 

Ik kwam in 2013 op de molen. Wij bemalen de Munnikken polder, niet de vogelplas, dat wordt gedaan met sluisjes. Maar ook Leiderdorp! Het gemaal staat bij de Visser ’t Hoofd en het is een sport om dat gemaal stil te laten staan.
Molens praten tegen je. Je luistert naar de molen. Bij deze molen is een windkracht 3 of 4 wel lekker. Hij staat altijd in zijn werk. Ik kan hem niet ontkoppelen. Met een oud-hollands wiekenstelsel draait hij heel langzaam bij windkracht 2. 
We mikken altijd op tussen de 60 en 90 enden. 120 geeft geen goed rendement. Dat is alleen maar spectaculair.
De kammen en staven, die hoor je in deze molen goed. De koningsspil is bij de verplaatsing verlengd, daar is een stuk ingeschoven en daar zit wat speling in. Ze hebben het een keer verbeterd maar hout beweegt, hè. Aan de slijtage van de kammen en staven zie je of het goed gaat. 
Ik heb wel bewondering voor molenmakers. Die komen dan hier . . . kijken met een timmermans oog, een kartonnetje, een potloodstreepje. Alles op het oog, prachtig. Rondom zo’n molen heb je rietdekkers, molenmakers, metselaars, allemaal prachtige ambachten. Het is wel een grote uitdaging om de molens goed te houden. Soms wordt groot onderhoud een restauratie. Ik heb bewondering voor het stichtingsbestuur dat ze dat toch altijd weer voor elkaar krijgen. Monumenten krijgen best veel geld, maar kerken en kastelen vragen ook. Gelukkig zijn de molens geen sluitstuk van de begroting.

Deze website maakt gebruik van cookies om u een optimale gebruikerservaring te bieden.

Meer info