Guus Schrijver is sinds zijn slagen in september 2024 molenaar van de Grosmolen te Hoogmade. Daarvoor is hij opgeleid bij de Putmolen in Aarlanderveen, de enige molenviergang ter wereld die nog een polder bemaalt. Gedurende diezelfde tijd draaide hij ook mee bij korenmolen De Eendracht in Alphen aan den Rijn. Uit een molengezin komt hij niet, en toch werd hij molenaar. Hoe is dat gekomen? “Ik ben altijd een klusser geweest en vind het mooi om met hout te werken. Zo heb ik de vakopleiding meubelmaker gedaan in Amsterdam.”
Het is vanuit die interesse in houtbewerking dat Guus tijdens de coronaperiode begint met het bouwen van houten modellen uit pakket, na helemaal uitgeklust te zijn. Tijdens het bouwen van een miniatuurmolen kwam hij erachter dat er allerlei onderdelen ontbraken: “Het kruiwiel zat er niet aan! Wat is dat nou?” Hij ging uitzoeken hoe een molen echt in elkaar zit. Hij reed al wel eens langs zijn toekomstige molen en was ook al een keer bij de Vlietmolen op bezoek geweest om molens beter te leren begrijpen. Het keerpunt kwam toen Guus op een dag door Hazerswoude over de Gemeneweg reed en daar de Rooie Wip zag staan – pas gerenoveerd. “Ik dacht, ik ga even kijken!” Hij kreeg een rondleiding van de molenaar, Paul van der Zijden, en raakte met hem in gesprek over het molenaarsvak. “Ik heb er een paar maanden over nagedacht en toen dacht ik: ik ga toch nog maar eens een keer terug naar Paul. Zo ben ik uiteindelijk aan de opleiding begonnen.”
Guus meldde zich bij Het Molenaarsgilde aan, kreeg de boeken, en begon als leerling bij de Putmolen onder Johan Slingerland. “Op een dag werd ik door iemand die ik elke ochtend op het perron in Alphen aan den Rijn tegenkwam aangesproken. Hij wist dat ik molenaar wilde worden, en hij was molenaar bij korenmolen De Eendracht.” Vanaf dat moment was Guus de ene zaterdag bij de Putmolen, en de andere zaterdag bij de korenmolen te vinden waar hij tarwe vermaalde. Waarom hij de overstap naar de Grosmolen maakte? “Bij de korenmolen was ik ondanks mijn diploma niet eerste molenaar. Bij de Grosmolen kan ik zelf draaien, en kan ik me meer richten op de molen zelf in plaats van op het malen van graan.” Zijn achtergrond in de houtbewerking blijft uiteindelijk wat hem tot de molens trekt: “Ik vind die oude constructies heel mooi, hoe het in elkaar steekt. Die eeuwenoude techniek die nog steeds werkt. Dat hebben ze toch slim bedacht vijf- tot zeshonderd jaar geleden!”
Hoe voel je je als je bij de molen bent? “Gewoon vrij. Ik kom vanuit een kantoorbaan, alhoewel ik de laatste twee jaar heb afgebouwd naar 80% werken waardoor ik de vrijdag vrij ben. Hiervoor had ik een functie waar ik deels binnen, deels buiten werkte, maar geleidelijk aan steeds meer naar binnen toe ging.” Guus werkt op het moment voor Movares, wat vroeger het ingenieursbureau van de NS was. “Ik zit eigenlijk al 40 jaar in treinbeveiligingsinstallaties, met seinen, wissels, overwegen, enzovoort. Jarenland ben ik toezichthouder geweest.” Treinen en molens lijken op het eerste oog twee ver uit elkaar gelegen werelden. Maar toch is er overlap, vindt ook Guus: “Ja, toch het buitenwerken. Als toezichthouder werkte ik veel buiten en kon ik zelf bepalen wanneer ik dat deed. Lekker langs de baan lopen, een babbeltje maken met iemand die daar toevallig aan het werk is – dat miste ik. Als de mensen bij het hek staan te kijken naar de molen, dan wenk ik ze en geef ik ze een rondleiding.”
Is vrijheid het kernwoord dat de molenaar omschrijft? “Ik denk het wel. Gewoon je eigen ding doen en spelen met het weer.” De molenaar heeft een continue dans met het weer: ook met minder mooi weer wil je doorgaan met draaien, maar je moet goed oppassen: “Van de beroepsmolenaars weet ik dat hoe zeer je je best ook doet, vandaag of morgen ben je aan de beurt. Dat je een windhoos meepakt, bijvoorbeeld. Er zijn momenten dat de wind opeens wegvalt en dan moet je opletten. Als dit gebeurt is dat vaak namelijk een teken dat de wind van de andere kant gaat terugkomen. Dan kun je beter de zeilen weghalen.” Als er iets is wat de molenaar typeert, is het technische kennis, maar bovenal een goed gevoel voor het weer.