Pieter Koopmans

Molenaar op Steektermolen

Het idee om molenaar te worden kreeg ik, in 1993, tijdens een periode dat ik werkloos was, thuis brood bakte en het meel bij molen De Put in Leiden haalde, bij Philip Pijnnaken. Hij adviseerde me om me bij het Gilde van Vrijwillig Molenaars aan te melden. Na dat gedaan te hebben, heb ik op de D’Heesterboom en de Groenendijkse molen les gehad. Maar eenmaal weer aan het werk, bleek er met een jong gezin toch te weinig tijd voor die opleiding. Nadat de kinderen het huis uit gingen kwam de wens om niet alleen molenaar te worden, maar om ook op een molen te gaan wonen. De opleiding heb ik toen weer opgepakt bij Jaap van den Akerboom op de molen Nieuw Leven (Hazerswoude Dorp), en later bij Ron Wendel op de Stevenshofjes molen in Leiden. In 2014 heb ik mijn molenaarsdiploma gehaald op houtzaagmolen de Salamander (Leidschendam). De eerste molen waar ik draaide was de Rijnenburger molen (Hazerswoude Rijndijk). Later ben ik ook tweede molenaar geweest op een molen in de Alblasserwaard, waar we vakantieweken doorbrachten. Om in aanmerking te komen voor een bewoonbare molen was het goed om op een molen van de Rijnlandse Molenstichting te gaan draaien. Dat werd de Stevenshofjesmolen.

Mijn vrouw en ik hadden begrepen, dat op termijn de Lijkermolen 2 vrij zou komen. Daar hadden we ons jaren lang op verheugd, maar na een selectieprocedure werd de molen aan een ander gegund. Dit was voor ons een teleurstelling. In 2018 kwam de Steektermolen in bezit van de Rijnlandse Molenstichting. Ik kwam in aanmerking om daar molenaar te worden en samen met mijn vrouw Magdalena in het molenaarshuisje te gaan wonen. Ín de molen wonen was nog mooier geweest, maar nu hebben we wat meer woongenot en kijken we vanaf de ontbijttafel naar de molen.

Ik kom niet uit een molenaarsgeslacht zoals Eric van de Bosch, de vorige molenaar van de Steektermolen. Hij heeft zijn vader opgevolgd als beroepsmolenaar op de 4-gang van Aarlanderveen. Maar als je eenmaal “een klap van de molen” hebt gekregen, dan gaat er een nieuwe wereld voor je open. Als je de molen binnenstapt: heerlijk, die geur van  hout, vet en het geluid. Als ik water aan het malen ben, maakt de molen behoorlijk wat geluid. Verder ook het watermanagement in Nederland, geweldig hoe bijna elk stukje land zijn eigen waterpeil heeft, passend bij de functie van het land. Als ik rondfiets valt me direct op dat de waterstanden zo verschillend zijn.

Mijn enthousiasme voor molens en natuurlijk speciaal de Steektermolen maakt dat ik er graag over vertel aan bezoekers. We doen dan ook met alle molendagen mee en hebben ook een buurtmolendag georganiseerd, die we jaarlijks willen gaan houden. We maken van die dagen echt een feestje. En natuurlijk maal of draai ik heel vaak, ook tot groot plezier van de omgeving.
De Steektermolen is de grootste wipmolen in het gebied van Rijnland. De molen heeft altijd op deze plek gestaan. In 1962 heeft er een flinke verbouwing plaats gevonden. Het scheprad naast de molen werd vervangen door een vijzel onder de molen. De woning is toen uit de molen verwijderd, maar je ziet nog steeds waar de schoorsteen heeft gezeten. De molen heeft nu fokwieken. In de jaren 50 waren dat nog Dekkerwieken. Tot de ingebruikname van het nieuwe gemaal hiernaast, in 2015, bemaalde de molen de polder met een elektrisch aangedreven vijzel.
Bij het schoonmaken van de molen vond ik een stuk ijzer, dat ik herkende als de beugel waarin de olielamp gehangen werd om molenaars in de omgeving het sein te geven te beginnen of te stoppen met malen. Ik ben graag op zoek naar verhalen uit vervlogen tijden en foto’s van de molen. Dat is ook een boeiend aspect van de molen

Deze website maakt gebruik van cookies om u een optimale gebruikerservaring te bieden.

Meer info