Yannick Schouten

Molenaar op Grosmolen & Zelden van Passe

Ik zou niet weten waneer ik ben begonnen als molenaar.  Ik ben op de Wingerdse molen in Bleskensgraaf opgegroeid. Mijn ouders woonden in de grootste wipmolen van Nederland, mijn vader was daar poldermolenaar, beroeps. Ik ben thuis molenaar geworden. Eerst mijn vader  helpen maar op een gegeven moment ga je zelf dingen doen. Ik kreeg van mijn vader een molen van een meter of vier hoog. Die heb ik nog steeds.  Op een gegeven moment mocht ik zelf met de molen malen maar ik wilde ook mijn papiertje hebben. Dat lukte toen ik 18 was. Daarna kon ik op een eigen molen malen. Ik ben  verhuisd naar Aarlanderveen naar de boven-middenmolen , één van de viergang. Dat is nog steeds beroepsmatig, heel bijzonder. Er zijn niet zoveel beroepsmolenaars meer onder de poldermolenaars. Ik woon ook in de molen, een achtkanter met riet. De molen waar ik woon is een kasteel vergeleken bij de woning van mijn ouders.Wat mij als molenaar aanspreekt is dat je altijd met het weer bezig bent en met een oude, houten machine. Dat is het, een machine. Ik zie de molen als een machine en niet als een statisch object. Ik gebruik molens en onderhoud ze. 
Ik heb in oud-Alblas ook in een korenmolen gewerkt. Dan ben je bezig met het maken van een product. Al die verschillende graansoorten. Dat is veel werk. Een poldermolen is anders. Daar maak je uren, zo lang mogelijk.
In Nederland heb je veel buiig weer. Dan moet je gewoon opletten, weten waar je mee bezig bent. Dat is inspannend en vermoeiend.
Ik werk ook bij molenmakersbedrijf Verbij maar als mensen aan me vragen “Wat doe je voor de kost?”  Dan zeg ik: “Ik ben molenaar”. De uren die ik niet maal, werk ik bij Verbij. In de zomer maal ik weinig, maar na een goede donderbui en er valt 90mm, dan kan je zo een week thuis zitten malen. In de winter maal ik meer.
Hoe ik het allemaal combineer? Ik zeg maar zo “Het is een way of life”. Tegenwoordig wil iedereen vrij zijn.  Maar voor mij is het Moeder Natuur, die regelt het!  En door de flexibiliteit met Verbij past het ook allemaal. Dat waardeer ik enorm. Ik heb dit molentje erbij en de Zelden van Passe, die Westender, daar ben ik tweede molenaar. Als er wind is, dan wil je malen, toch? Waar dan ook.
Het behoud van de molens staat of valt met het onderhoud en draaien van de molens. Zonder molenmakers zijn de molens ten dode opgeschreven. Het gaat om het delen van ervaringen want niet alles staat beschreven of is in cursussen verwerkt. Je leert het van elkaar. Verbij is al 150 jaar met molens bezig en dat is belangrijk.
Deze Grosmolen kan in zijn eentje de polder niet meer bemalen. Ik maal in een circuitje. De polder is teveel gezakt. Met malen moet je überhaupt voorzichtig zijn want je hebt nog wel eens verzilting. En als het zoute water naar boven komt, moet je geen zoet water weg gaan pompen.

Deze website maakt gebruik van cookies om u een optimale gebruikerservaring te bieden.

Meer info