De molenaar van de Hondsdijksemolen hoorde onlangs tijdens het malen een steeds iets luider wordend bonkend geluid. Hierop is de molen direct stilgezet om de oorzaak te achterhalen. Diverse onderdelen die dit mogelijk konden veroorzaken, zoals bijvoorbeeld een stuk hout in het scheprad, loszittende onderdelen van het waterwiel of het onderschijfloop zijn nagelopen. Uiteindelijk viel de blik op de scheef zittende stofring van het taatslager. Bij nadere inspectie bleek dat de lasnaad van het taatslager gescheurd was. Door het slingeren van de koningsspil werd het gebonk veroorzaakt. De taats is op deze molen uitgevoerd als een soort kogellager, de as in het lager is met een lasnaad bevestigd aan een stalen plaat, die op haar beurt bevestigd is aan het kroonijzer van de koningsspil.
De taats is een belangrijk onderdeel van een windmolen. Deze zit onderaan de koningsspil. Dit is de verticale houten as die in het midden van de molen draait en de energie van de wieken overbrengt op het scheprad of de vijzel (of de maalstenen in een korenmolen). Onder in de koningsspil is een kroonijzer gestoken, met daarin een gehard stalen taats, die in de taatspot draait. De taatspot bestaat uit een gietijzeren bak, waarin een tweede bakje van hardstaal met lood is vastgegoten. In dit tweede bakje is een bij de taats passend rond gat uitgespaard. Soms is dit gat voorzien van een bronzen bekleding. Onder in dit gat ligt een hardstalen plaatje, het tegeltje, waarop de bol afgewerkte taats van de spil draait. In de taatspot wordt dikke machineolie gebruikt voor de smering.
In het boek “Molenleven in Rijnland” van Anton Bicker Caarten beschrijft hij hoe er vroeger een muntstuk werd gebruikt, in plaats van een hardstalen plaatje. In vroeger tijden werd er bij sommige molens in de taatspot onder het draaipunt van de koningsspil een zilveren muntstuk gelegd om slijtage van staal op staal te voorkomen. Bij poldermolens was dat vaak een rijksdaalder of een gulden. Bij korenmolens die een kleinere taats hebben een halve gulden of een kwartje. Omdat molenaars een laag loon hadden is het wel eens voorgekomen dat een poldermolenaar tijdens het malen de koningsspil wat kon oplichtten en zo het muntstuk uit de taatspot te halen. Tijdens het malen heeft de koningsspil de neiging om wat naar boven te lopen. Wellicht was dit bij meer molenaars bekend.
Om de reparatie uit te voeren is door de molenaar, in samenwerking met een molenmaker van de firma Verbij, de koningsspil omhoog getakeld en de taats verwijderd. De taats is bij Heemskerk metaaltechniek gerepareerd. Vlak voor Molendag werd de taats teruggeplaatst en kon de molen weer malen.
Bron:
Molenleven in Rijnland (Anton Bicker Caarten)
Handboek windmolenaar (Gilde van molenaars)
Vorig bericht
Firma P.J. van der Veek schenkt grasmaaier
De molenaar van de Lisserpoelmolen kon onlangs een nieuwe grasmaaier in ontvangst nemen die was geschonken door de firma P.J.…
Volgend bericht
Internationaal bezoek Rijnlands Lyceum
Vorige week konden we een groep leerlingen van het Rijnlands Lyceum op twee van onze molens verwelkomen. Vijftien leerlingen kwamen…