
Vier molenaars snoeien in de molenbiotoop. Foto: Staatsbosbeheer
Door intensief groenonderhoud is de molenbiotoop van de Oucoopsemolen er recent flink op vooruit gegaan. In de afgelopen tien jaar was de begroeiing in het naastgelegen natuurgebied enorm toegenomen en was de molen daardoor steeds slechter zichtbaar en ontving deze vanaf die kant ook een stuk minder wind. Grondeigenaar Staatsbosbeheer heeft met een eigen vrijwilligersgroep in de afgelopen maanden veel kap- en snoeiwerkzaamheden verricht. En donderdag 22 januari kwamen ook vier molenaars van de Rijnlandse Molenstichting een handje helpen.

De dichtgegroeide molenbiotoop. Foto: N. van den Bos
Gemeenten moeten op basis van de provinciale Omgevingsverordening in hun bestemmingsplannen een molenbiotoop en de bijbehorende instructieregels opnemen. Dit moet garanderen dat de molen goed zichtbaar in het landschap blijft en dat de molen voldoende wind vangt door beperkingen op te leggen aan de hoogte van begroeiing en gebouwen. Maar, ondanks dat de meeste gemeenten dit hebben gedaan, is dat geen garantie dat grondeigenaren zich aan die regels houden. Of sommigen zijn zich niet van de regels bewust.

Snoeiwerk door molenaars en vrijwilligers Staatsbosbeheer. Foto: Staatsbosbeheer
De Rijnlandse Molenstichting deed aan Staatsbosbeheer het verzoek om gezamenlijk een beheerplan op te stellen en op basis daarvan de molenbiotoop te verbeteren. Via het beheerplan konden dan zowel de natuurdoelstellingen als de molenbelangen gewaarborgd worden. Het plan is dan ook niet geheel volgens de molenbiotoopregels, maar voor beide organisaties goed werkbaar. We danken de vrijwilligers en medewerkers van Staatsbosbeheer voor de werkzaamheden en samenwerking. En uiteraard ook dank aan de molenaars die een dag gingen helpen.