Molenaar en leerling op de Doeshofmolen

Terug naar nieuwsoverzicht

Molenaar zijn is een vrij technisch beroep, maar is dat ook wat mensen ertoe aantrekt? In dit artikel spreken we met een lesgevende molenaar en zijn leerling over hoe zij in het vak gerold zijn en wat zij het allermooiste vinden aan molenaarschap. Gaandeweg komen we erachter wat hen écht drijft. Op zoek naar vrijheid Molenaarschap is niet bepaald het eerste type vrijwilligerswerk dat de meeste mensen zouden overwegen. Er komt veel verantwoordelijkheid, tijd en inzet bij kijken. Voordat iemand zich daadwerkelijk molenaar mag noemen moet hij of zij minimaal een jaar lang in de leer gaan en vele uren op de molen meemaken. Wie zijn deze leerlingen? Wie zijn hun leraren? Wat drijft hen beide? Ik sprak met Willem van Duijn en Roos-Marijn Kinkel om antwoord op deze vragen te krijgen.

“Ik kijk er de hele week naar uit.”

Willem van Duijn is molenaar op de Doeshofmolen en is sinds 2020 tevens leraar. Hij beschouwt zijn docentschap als een leuke tijd en op de vraag waarom hij leraar is geworden antwoord hij: “Om de traditie van het molenaarschap levend te houden.” Hij heeft een buitengewone fascinatie voor de geschiedenis van de molens en kan in detail vertellen over hoe molenaars in het verleden leefden. Roos-Marijn Kinkel is sinds korte tijd samen met een vriendin – Senna – leerling van Willem. “Ik heb het er erg naar mijn zin en kijk er de hele week naar uit.” Op de vraag waarom zij in de leer is gegaan antwoordt zij met een verhaal over een bezoek aan een houtzaagmolen in Friesland, terug in 2009. “Ik vond dat zo gaaf, de bewegingen en het geluid en ook dat alles op wind draait!” Dit bezoek heeft zo’n indruk op haar achtergelaten dat de gedachte van molenaarschap sindsdien altijd in haar hoofd is blijven zitten.

Willen van Duijn. Foto: B. Duysters.

“Het klikte meteen heel goed.”

Kortgeleden kwam Roos-Marijn online een oproep tegen om molenaar te worden. De gedachte aan de ervaring die zij op de houtzaagmolen had was de afgelopen twee jaar al sterker gaan leven, maar toen Senna met de opleiding begon, kon ze niet achterblijven. Ze meldde zich aan en kwam samen met Senna bij Willem terecht: “het klikte meteen heel goed.”

Roos-Marijn Kinkel. Foto: B. Duysters

“Het is best een opgave om les te geven aan iemand.”

Wat is het leukste aan leerling zijn op een molen? “De combinatie van buiten zijn, fysiek bezig zijn, techniek en iets nieuws leren vind ik heel bijzonder en heel leuk om te leren” – Aldus Roos-Marijn. “Ik ben blij dat ik dit ben gaan doen.” Er bestaat geen twijfel over dat de opleiding tot molenaar veel vergt van de leerling, maar ook van de leraar. Willem vertelt: “Het is best een opgave om les te geven aan iemand, want dat moet je zeker een jaar doen, elke zaterdag. Het moet wel klikken: als je de hele dag met iemand gaat zitten om diegene het molenaarschap te leren doe je dat liever met iemand die je mag.” Eenmaal begonnen is een leerling dus minimaal een jaar lang bezig met de opleiding. Roos- Marijn is er elke zaterdag, vaak tot wel acht uur lang: “Het is ook weer niet zo dat ik de volledige 8 uur alleen maar nieuwe dingen aan het leren ben. Grasmaaien, kletsen en een kopje koffie drinken hoort er ook bij.” Maar, vult Willem aan: “Het is ook veel klussen, bijhouden, smeren.” Gelukkig is dat voor Roos-Marijn geen probleem aangezien ze zelf een houtwerkplaats heeft.

Roos-Marijn Kinkel. Foto: B. Duysters

“Ik ben blij dat ik dit ben gaan doen.”

Wanneer weet je als leerling dat je goed op weg bent? “Er zijn zo veel manieren waarop je het goed kan doen, en slechts enkelen waarop je het fout doet,” zegt Willem. “Door op molens mee te draaien ontwikkel je jouw eigen manier van molenaar zijn,” legt Roos-Marijn uit. Wat houdt dat in? Willem vertelt: “Het kruien, dat is spierballenwerk. Maar het vangen van de molen, dat is gevoelswerk. Elke molen vangt anders.” Roos-Marijn waardeert de lessen die zij van Willem leert en kan de Doeshofmolen na een korte tijd al redelijk goed laten draaien: “De volgende stap is om op andere molens mee te gaan lopen.” Hetgeen dat zowel de leraar als de leerling drijft is een drang naar vrijheid, de wil om jezelf toe te passen op een manier die ongewoon is in ons digitale tijdperk, waar zo veel mensen hun tijd doorbrengen in kantoren, badend in tl-licht. De molenaar is ook iemand die een bepaalde tegenstelling belichaamt: aan de ene kant past hij of zij technische kennis toe om de elementen te beheersen, aan de andere kant is de molenaar overduidelijk een liefhebber van de natuur. Het is deze, voor onze tijd ongebruikelijke, combinatie die de molenaar zo uniek maakt en wat allerlei soorten mensen tot het vak aantrekt.

Roos-Marijn Kinkel. Foto: B. Duysters


 

Ruud Bax

 

Ruud Bax, molenaar op de Hoogmadese molen, is eveneens docent en doet dit al 31 jaar met plezier en met een eigen stijl van leraarschap. Zo heeft hij in de loop der tijd al dertien leerlingen gehad, waaronder Ed van Diest, die nu de Vlietmolen te Hoogmade bemaalt. Hij vind het leuk wanneer leerlingen gemotiveerd zijn en legt uit dat je ze dan ook sneller het vak kan leren. Des te eerder ze zelf kunnen draaien, des te beter. Volgens Ruud is het handiger om jong te beginnen als molenaar, omdat je het dan sneller leert en langer mee kan draaien. Op de vraag of er een type molenaar is antwoordt Ruud stellig nee: molenaars komen er in alle soorten en maten.

Auteur: Boris Duysters

Deze website maakt gebruik van cookies om u een optimale gebruikerservaring te bieden.

Meer info