Moppemolen

Rijpwetering

Bestemming

De molen wordt door een vrijwillig molenaar in bedrijf gehouden en functioneert als hulpgemaal bij extreme wateroverlast. De molen bemaalt de ca. 360 ha. grote  Veender- en Lijkerpolder buiten bedijking en de opvoerhoogte bedraagt 1 meter.

 

 

Historie

De 'Moppemolen' is een poldermolen uit 1752 en staat nabij de Ringvaart van de Haarlemmermeer aan de Hanepoel. De huidige molen werd gebouwd na het afbranden van de voorganger.

De molen bemaalde deze polder tot 1924, samen met de gesloopte Meerkreukmolen.   De polder ontstond na het vervenen en droogmaken van de Veenderpolder in 1828.
 

Toen de molen in 1924 overbodig werd door de invoering van motorbemaling op de plek van de Meerkreukmolen bleef, dankzij interventie van de toen nog jonge Vereniging De Hollandsche Molen, de Mopmolen voor de sloop bewaard. De molen werd als reserve-gemaal maalvaardig gehouden. Dat was maar goed ook, want vanwege het brandstofgebrek tijdens de oorlog kwam de molen goed van pas.

In 1951 werd de molen stil gezet vanwege technische mankementen.
In het kader van de toenmalige Wet Bescherming Waterstaatswerken in Oorlogstijd (BWO) sprong het provinciebestuur van Zuid-Holland met subsidies bij om de molen in 1955 maalvaardig te krijgen. In 1983, na overdracht aan de Rijnlandse Molenstichting, werd de molen gerestaureerd in 1995 bewoonbaar gemaakt voor een vrijwillig molenaar.
 

In 2001 zag het er naar uit dat de molen door de aanleg van de Hoge Snelheidslijn zijn verbinding  met de Veender- en Lijkerpolder buiten de bedijking zou verliezen, maar dankzij een duiker van 300 meter kon dit worden voorkomen.

Uniek is de ligging van de molen t.o.v. de polder die bemalen wordt. Deze polder ligt circa 3 km vanaf de molen. Via een lange achterboezem wordt het water naar de molen gevoerd. De grote tasting van het scheprad en de geringe opvoerhoogte maken de molen tot een van de grootste waterverzetters van Zuid-Holland. Capaciteit is 1 kubieke meter water per wiek.

 

Bijzonder: Boven het kelderraam bevindt zich een geteerd zwart kruis op een witte achtergrond, wat hier in de buurt het DUIVELSKRUIS wordt genoemd. De achtergrond hiervan is gelegen in een oud volksgeloof namelijk om de duivel te verhinderen de kelder binnen te gaan. Want hij zou de voorraad in de kelder bederven en de boter- en kaasbereiding slecht beïnvloeden, aldus Bicker Caarten in het boek ‘Molenleven in Rijnland’, blz. 49 (1946).

Deze website maakt gebruik van cookies om u een optimale gebruikerservaring te bieden.

Meer info