Rietveldsemolen

Hazerswoude-Dorp

Bestemming

De molen wordt in bedrijf gehouden door vrijwillige molenaars. Sinds de verlegging van de boezem en de afdamming van de Rietveldse Vaart in heeft de molen geen daadwerkelijke bemalingsfunctie meer en maalt in circuit.

 

Historie

De voormalige Polder Rietveld ontstaat in 1648 door samenvoeging van zeven kleine particuliere poldertjes, waaronder de Rietveldsepolder. Dijkgraaf en Hoogheemraden van Rijnland verlenen in dat jaar toestemming tot deze samenvoeging mits een achtkante watermolen wordt gebouwd, waarin de molenaar huisvesting heeft en de polder het gehele jaar droog wordt gehouden: de Rietveldsemolen.

 

 

De nieuwe achtkante molen zorgt voor een betere waterbeheersing. Maar er zijn ook protesten. Veel eendekooien in de polder hebben te weinig water. Daarom wordt in 1652 aan de eigenaren van eendekooien toegestaan kleine watermolens in te richten om de eendekooien van voldoende water te voorzien.

 

Ook staat de molen bekend als een uitstekende palingmolen, hetgeen betekent dat de molenaar ‘s nachts tijdens het malen veel paling vangt. Mogelijk is dat de reden waarom het polderbestuur tot ongeveer 1905, jaarlijks na de Grote Schouw, de traditionele schouwmaaltijd in de Rietveldse molen houdt.

 

Tot 1966 bemaalt de Rietveldsemolen de Rietveldse- en later de Riethoornsepolder met een oppervlakte van circa 705 ha en een opvoerhoogte van 1 tot 1,50 meter. Maar als in maart 1966 het nieuw gebouwde gemaal van de Riethoornsepolder officieel in gebruik wordt gesteld,  betekent het dat de molen geen functie meer heeft in de waterhuishouding. De molen maalt vanaf dat moment in circuit: water dat er aan de boezemkant uitgaat komt er na verloop van tijd aan de achterkant weer in.

In 1967 komt de molen in eigendom van de Rijnlandse Molenstichting.

 

Seingeving:

De polders ten zuiden van de Rijn en langs de Gouwe waren onderworpen aan een maalpeil om overstromingen te voorkomen. Als de waterstand in de boezem te hoog werd mocht er geen water de polders meer uitgemalen worden. Een aantal molens had daarom de functie gekregen van seinmolen om voor het bereiken van het maalpeil te waarschuwen. Overdag werd dan op de seinmolen aan de rechtopstaande wiek een zwart-wit-zwarte-vlag gehesen; 's nachts werd een heldere lantaarn gebruikt. De molenaars in de omgeving wisten dan dat ze zo snel mogelijk moesten stoppen met malen.

 

De molenaar van de Rietveldsemolen moest zich vanaf 1862 aan de seingeving houden en waarschijnlijk het sein van de Noordelijkste Bovenmolen langs de Hazerswoudse Westvaart in de gaten houden. In 1873 was de molen van de Ambachtspolder de seinmolen en toen deze in 1918 werd afgebroken werd dat de molen van de Gemeenewegsepolder (Rooie Wip). In 1960 werd de Rooie Wip verkocht en toen ging de seingeving over naar de Rijnenburgermolen. In 1966 verliest de Rietveldsemolen de maalfunctie. In 1974 werd de seingeving afgeschaft.

Op oude kaarten staat dichtbij de Rietveldsemolen een seinpaal bij de polder Laag-Boskoop, maar die polder maalde uit op de Gouwe en behoorde tot een andere seingroep.

 

Bijzonder: Op de kapzolder van de molen bevindt zich een grote houten ton, die herinnert aan de tijd dat de molenaar verplicht was op de kapzolder een ton met water te hebben staan, teneinde bij het warm lopen van de bovenas het vuur onmiddellijk te kunnen blussen

Deze website maakt gebruik van cookies om u een optimale gebruikerservaring te bieden.

Meer info